Maandelijks archief: mei 2013

Twee minuten

Standaard

Twee minuten. Dik twee minuten moest ik Gé keihard laten wenen omdat ik een moeilijk te stekken buitenlandse doctor professor telefonisch aan het interviewen was. Moest ik een stressmetertje om gehad hebben, dat ding was ontploft. Hij was toen 3 maanden en ik had hem eigenlijk nog nooit echt laten wenen. Omdat dat ook nog nooit nodig was. Gé was het hele voorval snel vergeten maar ik was er de hele dag niet goed van.

El kan al van z’n derde “zélf!” fietsen, en hij weet perfect waar hij moet stoppen en wachten. Van school naar huis is er een kruispunt waar hij op me moet wachten om over te steken, en soms gaat hij daar dan nét om de hoek staan. Zodat ik hem niet meer kan zien, terwijl ik achter de kinderwagen aan naar hem toe draaf. De twee minuten die ik nodig heb om die o zo lange straat uit te komen en hem om het hoekje te zien staan.

Oefeningen in uitgerekt ouderschap zijn het: dan de hoek omkomen en doen alsof je helemaal niet gehaast bent. Eén en al vertrouwen uitstralen in dat kind, daar, volle minuten op z’n eentje.

Maar ik zeg u: al die minuten samen gaan mijn leven een stuk korter maken.

What’s it gonna be, Gent?

Standaard

Wat ik niet snap, Gent. En waar die nieuwe gemeenteraad met dat geweldig nieuw bestuursplan mij weer allemaal verse hoop voor gegeven heeft:

Wij laten ons hier thuis makkelijk indelen in de groep tweeverdienende bakfietsouders. We kochten zoals zoveel jonge mensen een huis in wat de immosites zo mooi omschrijven als een ‘opkomende buurt’, oftewel de 19e eeuwse gordel, ofte: tha hood. Rabot/Brugse Poort. Wij kregen, ook van de stad, extra subsidies om een eeuwenoud arbeidershuisje hier te renoveren. Ondertussen zijn deze wijken steeds meer een bouwwerf: er is plaats te kort in Gent en er moeten meer woningen voor gezinnen komen en transitie enzo. Hallo projectontwikkelaars en appartementsblokken. Ik begrijp dat. In een milde bui begrijp ik zelfs dat dat in deze wijken moet, hoewel we hier al met veelteveel zijn op veelteweinig plaats met veelteweinig groen en veelteweinig scholen en veelteveel sociale miserie. De grond is hier immers het goedkoopst en de bewoners het minst mondig en je had hier toevallig net heelder blokken laten slopen om voor zuurstof en bruggen te zorgen. Geen dure advocaten hier om bouwaanvragen te blijven betwisten. Alle begrip.

Maar wat ik dus niet snap: je haalt ons naar hier met renovatiepremies en nieuwbouwwoningen. We krijgen voorrang in de beste crèches en scholen uit de buurt, omdat onze kinderen ervoor moeten zorgen dat er een ‘gezonde mix’ komt. We mogen geveltuintjes planten en bellen naar het ene nummer voor glas op de rijweg en mailen naar die andere dienst voor spuiten op de speeltuin en naar nog een ander formulier voor putten in het fietspad en we blijven uiteraard trouw sluikstort melden bij ivago. Je moedigt aan dat hier as we speak honderden van mijn soortgenoten naartoe gehaald worden: werkende mensen, modale tweeverdieners, met kleine kinderen. Wij moeten hier voor ‘opwaardering’ komen zorgen.

En dan houdt het op. Vooral in ’t Rabot.

Dan woon je hier, met je gerenoveerd huis en je bakfiets en je geveltuintje en je kind op de methodeschool. Dan krijg je elke maand van een enthousiaste vrijwilliger ‘uit in je buurt’ in de bus, waar in staat wanneer er gratis koffie is, en soepbedeling, waar de gratis computer staat en wanneer het inloophuis open is en wat het thema is van de crea-namiddag. Hoe geweldig tof torekes zijn als beloning voor je inzet voor de buurt, als je ze kan gaan inwisselen op een donderdagnamiddag. De lijst organisatoren leest als de sociale kaart. De ‘waar naartoe’ die op evenementen uitgedeeld wordt, is de sociale kaart. Het wijkoverleg bestaat uit vertegenwoordigers van organisaties die focussen op belangrijke probleemgroepen of problemen: kansarme jongeren, nieuwe Gentenaars, armen, mensen zonder papieren, anderstalige moeders. Om overlast in kaart te brengen wordt een online enquête opgemaakt waarvan niemand veronderstelt dat ze ooit ingevuld zal worden en die niet echt klopt en eigenlijk niets bevraagt en die ook niet echt verspreid wordt. Als voorbereiding op iets in september, waarbij ‘de bewoners’ zélf maar moeten gaan uitzoeken waar de politie moet ingezet worden.

Dan mag je met je kinderen in parken gaan spelen die tegelijkertijd fungeren als heroïnegedoogzone, of waar je er zelf maar voor moet zorgen dat de loslopende honden bij je kind wegblijven en de rotzooi uit de zandbak verdwijnt en het crapuul je met rust laat en je de mensen die in de struiken wonen niet stoort. Waar alles ineens wél vanzelf moet goedkomen door ‘sociale controle’, en waar voldoende witte Gentenaars in de ‘sociale mix’ dé oplossing zou zijn als mijn marginale buren en ik elkaar maar beter leren kennen op het straatfeest. Waar ik zelf afval moet gaan ruimen omdat dat een ikweetssniehoetoffe manier is om andere buurtbewoners te leren kennen. De lijst klussen waarvoor mijn vrijwillige medewerking gevraagd wordt is quasi eindeloos.

Word je als werkende mens op school uitgenodigd voor de ‘interculturele moedergroep’ op woensdagvoormiddag, bij de sociaal werker in het park voor een babbel op weekvoormiddagen, en moet je anders maar even doordeweeks in het CAW langslopen. Word je verwacht te ‘participeren’ aan de wijk door in je vrije tijd rommelmarkten en BBQs te organiseren.

Wel, Gent, ik mag dan een vrouwmens zijn met een groot bakkes, Mega Mindy I am not. Met alle inspanningen die jullie van ‘de bewoners’ vragen wordt dat kleine oude arbeidershuis alsnog duur betaald. De problemen in de buurten hier zijn groot, en er is nog veel miserie. Uiteraard moet vooral daar aan gewerkt worden. Uiteraard help je wie hulp nodig heeft, en wij hebben geen hulp nodig. Wij hebben het mooi voor elkaar. Uiteraard. En ik hoor de reacties nu al: da krijgt een renovatiepremie, da kan een huis kopen, da krijgt een plek in een goeie crèche, en da durft nog klagen? Awel: ja. Het is niet genoeg om ons naar hier te halen om de buurt op te waarderen. En je gaat toch ook moeten proberen om ons hier te houden. Zelf. Met een iets meer holistische visie op wijkwerking, iets met ietsje meer toekomst in het vizier. Met meer dan brandblussen en probleemgerichte werking en de ene oproep na de andere voor vrijwilligerswerk. Met meer en misschien ook ander volk, zodat de vzws en de sociale werkers en straathoekwerkers kunnen blijven doen waar ze goed in zijn en niet naar mijn soort gezeur moeten luisteren. Meer als stad zélf de handschoen opnemen in plaats van het zoveel mogelijk aan ‘de bewoners’ over te laten. ‘De bewoners’ is geen hobbyclubje van gelijkgestemde werklozen. En ik heb een tijdje terug mijn vertegenwoordiging bij de stad toch al verkozen?

Misschien zoiets stoms als een parkwachter, in warme weekends op z’n minst. Met af en toe een agent die te voet doorheen een park loopt, in plaats van dat snelle voorbijrijden. Met meer schoonmaakploegen hier dan in andere wijken misschien. Vuilbakken bij de vaart in plaats van enkel de vaart zou ook al een mooi begin zijn. Meer verkeersboetes in de Bevrijdingslaan en de Wondelgemstraat. Iemand die op schooluren kinderen die rotstraten helpt oversteken. Meer communicatie online. Ik zeg maar wat. Ik wil gerust helpen meedenken en meedoen (maar buiten de kantooruren, als’t niet geeft). Maar de hele point van tweeverdiener met jonge kinderen zijn is dat ik te weinig tijd heb, te weinig energie of zelfs te weinig interesse voor dit model van samenlevingsopbouw en wijkparticipatie. Sorry. Zie deze blog maar als mijn bewonersinitiatief.

Gewoon, iets, Gent, al is het een kleinigheid, om te laten merken dat je’t nog fijn vindt dat wij hier ook wonen? ‘De bewoners’ en ‘de wijk’ bestaat niet, en nergens zijn er binnen die random groep zoveel verschillen. Doé daar iets mee, alsjeblieft. Er staat hier zometeen een shitload aan gezinswoningen te wachten op kopers, en die komen niét voor de gratis koffie.