Maandelijks archief: maart 2012

Twee appelflappen

Standaard

Ik las hier een triljoen (ongeveer) verhalen over guilty pleasures, en kon maar niet kiezen welke mijn ultieme guilty pleasure was. Tot nu net.

Het zijn twee appelflappen. Deze:

20120330-095813.jpg

Twee appelflappen van de Turkse bakker met de blinkend schone witte vloer. En koffie.

Dat gaat zo: als zoals vannacht mijn zonen al hun organisatietalent en telepathie in de strijd hebben gegooid om in shiften wakker te zijn zodat ik dicht bij zero uren slaap kom, dan doet dat opstaan ’s ochtends pijn. En als het dan toch lukt om met z’n allen richting school te dweilen, min of meer aangekleed en min of meer op tijd, en ik sta terug buiten met een ondertussen slapende baby, dan is het tijd voor mijn ontbijt. Ik moet nog een hoop zwangerschapskilo’s kwijt. En ik wil heel heel graag terug in al mijn oude kleren. Maar ik moet nog niet gaan werken. En op weg naar huis kom ik die bakker tegen. Het zijn niet eens ‘echte’ appelflappen. Het is misschien niet eens een ‘echte’ warme bakker.

Maar de troost in die 2 koeken vol appelzoetheid. De vrolijkheid. De goeiemorgen. De boter en de suiker. Met een muziekje en koffie en de krant. Tegen dat de baby weer wakker wordt ben ik het ook.

Mjam.

dood & de kleine

Standaard

“Mama, gaan we spelen van bus en dode kindjes?”

Ik lees ze aandachtig, stukken in de krant over hoe rouw en duiding ook belangrijk zijn voor kinderen. Ik geloof ze. Hier proberen we ook over alles met de kleine te praten, soms alsof het een grote is. En ik vind het geweldig dat ze dat bij El op school net zo doen. Schoolmuren hoeven de wereld niet buiten te houden. Au contraire.

Maar hoe gruwelijk ongepast het ook mag zijn om zoiets op te schrijven in de schaduw van de hel die andere ouders nu doormaken, hij is er wel: moederpijn als ik zie hoe mijn 3-jarige ukje de laatste dagen  met dood en met Nooit Meer en Altijd Missen worstelt. Ook al zat hij aanvankelijk met heel andere en veel lichtvoeterige dingen in z’n kop. Wat het verschil is tussen een ridder en een prins, over hoeveel keer slapen het zijn verjaardag is, en wanneer we in het park gaan fietsen. Wist hij verder van niets, niets concreet genoeg om akelig over te dromen. Tot wij.

Hoe komt het dat er geen vanaf-leeftijd staat op nationale rouw en op vertellen over dode kinderen, maar wel op dozen lego, op toneelvoorstellingen, op kleine plastic autootjes? Ik twijfel of zo’n klein kindje wel moet ingeënt worden met verlies. Nog zo klein. Hij zal the real thing snel genoeg tegenkomen. En er toch geen antistoffen tegen hebben.

Woensdagmiddag ziet hij me het nieuws over het busongeval in Sierre checken en vraagt hij “mama, waarom ben je verdrietig?”. Want zoals gewoonlijk: nog voor ik zelf doorheb dat ik m’n  mondhoeken naar beneden trek en m’n gezicht in een frons knoop, staat dat bezorgde jongetje bij me. Ik had het hem zo goed als ik kon moeten uitleggen wellicht, en vertellen dat ik zo verdrietig ben omdat zoiets normaal gezien niet gebeurt. Bijna nooit. Dat mensen héél, héél oud moeten worden, voor ze sterven. Maar ik zeg dat er iets ergs is in het nieuws, klap de computer dicht en begin over puzzelen.

Donderdag. El z’n juf is geniaal. Heel Vlaanderen zou verplicht zijn eerste kleuterklasje bij haar moeten doen. Echt. We zouden nog altijd allemaal vriendjes zijn. En ze kent haar kleintjes. Vermoedelijk zoeken ze samen op de computer op wat er daar nu precies gebeurd is in Zwitserland, en wordt het die dag een heel ander soort kringgesprek.

Vrijdag. Iedereen op school samen in de grote zaal voor één minuut stilte. Ik zit thuis in egoïstische moedermodus te hopen dat er geen grotere kindjes staan te wenen. Dat mijn kleine spons niet te veel verdriet mee naar huis zou nemen. Dat hij daarna direct terug ridder en prinses zal spelen.

“Papa, dat gaat wel jammer zijn hé, als jij dood bent?”

Het is nu maandag. Hij begint nog altijd op de gekste momenten over doodgaan, en hoe jammer en verdrietig dat niet is. Hij probeert te meten net hoe verdrietig wij zouden zijn, als hij, of wij, als hij. Hij wil weten of hij dan ook al papa is.

En Lief en ik wij blijven schrikken, en proberen om dat dan niet te tonen, en proberen hardnekkig om ter allerjuistst te antwoorden.

En ik blijf me afvragen of het wel nodig was, of iemand er wat aan heeft, of dat kind niet beter een beetje meer werd afgeschermd van die dood en dat verdriet. Ook al konden ze dat niet op de verpakking zetten.

 

#wijvenweek: de droom die was

Standaard
Ons volgende huis wordt er eentje uit zilt mangrovehout, omringd door junglegroen en maar een kort zandpaadje verwijderd van het strand. De dichtsbijzijnde buur zit een kwartier verderop in de bush.
We leven van mango’s en papaya’s en gebakken vis, en ijsjes met hibiscussmaak.  De jongens bronzen en blonderen door in de zee te spelen. ‘S ochtends geef ik ze les, in de schaduw van de mangoboom, uit boeken die ik mooi vind. Soms komen de apen storen. Na de sièsta wandelen we naar het dorpje, voor een cola en  een praatje en een partijtje dammen in het Diola. Even langs de kleermaker met nieuwe stofjes. Lief is na een uitgebreid ontbijt op onze porch gaan werken. Iets met nieuwe boomsoorten of het meten van water. Ik werk met de marktvrouwen aan een theaterstuk. Of een kinderboek. Op ons tempo. We krijgen daar een shitload aan subsidies voor en ondertussen bespreken we stiekem andere plannen. Die geld in het laatje gaan brengen, of hun kinderen gezond gaan houden en hun mannen ook aan het werk.
‘S avonds laten we een grote schotel rijst met vis brengen. De jongens voetballen op het strand. We drinken witte wijn in de tuin terwijl de apen in de mangoboom plaats ruimen voor de vleermuizen. Nergens zijn er zoveel sterren. Niemand komt roepen en schieten.
Ik heb Lief leren kennen in dat huis. Ooit gaan we terug. En  tot dan is ons rijhuis in Gent ook wel ok. I guess.

#wijvenweek: De kunst van het gemolken worden

Standaard

Bekentenis & mening in één, en ook wel eentje waar ik meestal zo’n grote zwarte balk van zelfscensuur overheen sla: ik heb El idioot lang borstvoeding gegeven.

Veel meer uit luiewijven- en praktische redenen dan uit overtuiging. Ik heb er om die redenen ook vrij veel over gepraat, opgezocht en gelezen. Weinig onderwerpen die onder moeders zo veel online discussies opleveren. Maar ik heb nu nr. 2 aan de borst en m’n tieten blijven jeuken van alle plechtige prekerigheid en half-godsdienstige onzin die je zwanger of pas bevallen moet aanhoren en voor lief moet aannemen.

Mijn 2 centen dus, bij deze:

Een doorsnee baby eten geven werkt ongeveer net zo als een doorsnee baby maken.

Iets minder leuk wellicht plus nog een paar minor verschilletjes, but still; zelfde hormoon, zelfde clichés over de eerste klungelige keer, over chemie, zelfde vanzelfsprekendheid en wat mij betreft zelfde moeidudernimee. Je kind eten geven is een lichaamsfunctie zoals een andere. Wie de test wil doen vergelijkt in een gemiddeld vrouwenblad en moederforum de tips om klaar te komen maar ‘ns met de tips om meer melk te kolven. Wissel om. Sta versteld. Lol verzekerd! Toch is er zelden iemand voor dié eerste keer met z’n tweeën naar een powerpointvoorstelling in het ziekenhuis geweest, of gezellig naar pakweg theeslurpende lotgenotencafés. Kunnen we naast bedgeheimen, ook niet zoiets als babygeheimen introduceren? Ik ben even kwijt hoeveel duzenden jaren mensheid ons vooraf ging, maar deden al die neanderthaalse en nerovingische en euh al die andere slechtgeklede moeders al dat lacteren ook niet gewoon quasi vanzelf?

En lukt het je laten melken niet of ligt het je om welke reden dan ook niet, dan laat je het toch gewoon? Hoog tijd om wat liever voor elkaar te zijn. Want waar moeit iedereen zich mee zeg. Ik ben geen dokter of vroedvrouw of lactatiedeskundige of watdanook maar als je op tijd flesjes introduceert kan het die baby volgens mij weinig schelen. De WHO-normen waarmee je om de oren geslagen wordt zijn er dacht ik vooral voor moeders die niet de keuze hebben tussen 12 soorten bronwater en 25 soorten hypergecontroleerd melkpoeder, of die om andere redenen beter niet zelf gaan mengen en steriliseren.

Bekijk het zo: het is toch beledigend voor de hongerige kindjes in Afrika om samen met je baby af te zien (jij uitgeput, baby honger, miserie all over) terwijl je gewoon naar de apotheker kan fietsen en je kind binnen het half uur een volle fles lauwe goedheid kan geven?

Van zodra je zwanger bent, krijg je Maria en een legertje aan vruchtbaarheidsgodinnen op je hielen. En ik heb het wel een beetje gehad met die miepen. Niets minder dan heiligheid zul gij nastreven als gij het waagt u voort te planten. Relatief beperkt medisch onderzoek heeft ons voorlopig nog grotendeels het advies ‘doe maar niets leuks meer dan kan het zeker geen kwaad’ opgeleverd. Van zodra je twee streepjes op dat stokje plast word je voor zij die de regels uitschrijven vóór alles broedmachine. Die bij voorbaat en zonder sluitend wetenschappelijk bewijs in alles hoort te schrappen. Als teken van opoffering en toewijding en dies meer. Adios common sense. Hello plekken als zappybaby.be, waar we elkaar met plezier met allerhande advies kleineren.

Voorbeeldje dat mij frappeerde: het geneesmiddel Zantac bevat in veel gebruikte siroopvorm 7,5% alcohol. Toch wordt die Zantac en masse langdurig voorgeschreven aan kleine baby’s met reflux – hoewel erg pijnlijk en heel zielig meestal geen levensbedreigende aandoening. Moedermelk bevat ongeveer evenveel alcohol als het bloed. Na 3 glazen wijn is dat dus zo’n 0,008% alcohol.  En toch voel ik me nu wel weer bijna verplicht om watertjes en nog meer watertjes te bestellen.

Wel den boom in met die heilige moederigheid. Geef mij maar gewoon m’n wijntje, en m’n koffie, en voor de kleine moedermelk als hij honger heeft. Omdat dat voor ons toevallig het beste werkt momenteel. En hoe minder ik me zorgen maak, hoe beter dat dat kind eet. Dus doe me een plezier, en moeidudernimee?

#wijvenweek: te oud om te leren

Standaard
Ik dacht #wijvenweek lieflijk te misbruiken om van deze blog een blog te maken, en niet alleen een schoolvergelijkingssite. Maar het is nog maar begonnen en ik kan al niet meer meedoen zeg.
Ik zie er namelijk altijd hetzelfde uit. De ene keer nog verfrommelder dan de andere, maar that’s it. Een borstel, heet water en een dagcrème en dan hebben we het wel weer gehad ‘ s ochtends. Niet dat ik niet zou willen, af en toe. Ik heb eindeloos veel respect en allround bewondering voor de beter beschilderde medemens. En diens dagindeling, vooral. Wanneer doen jullie al dat verfijnde bijkleuren en geraffineerd poederverspreiden toch? En hoe komt het dat het ook nog ‘ns zo mooi een hele dag blijft zitten? Ik vind het tegenwoordig al een prestatie om m’n héle kop gekamd te hebben én kleren aan te hebben zonder schouders vol oude babykots.
Ik zou ook niet weten hoe eerlijk gezegd. Van El een leeuw maken, of iets idioots doen met blush voor een verkleedfeestje: can do. Make-up like a lady: nope. Zelfs niet een klein beetje. Ergens heb ik de cursus gemist, het meisjes-onder-elkaar-aan-de-spiegel, het tijdschrift met stap-voor-stap fotoreportages.
En nu is het te laat. Ik ben veel te oud om er nog als een oefenende tiener uit te willen zien.
Wat een vicieuze cirkel is: als er in de inno’s van deze stad al eens een dametje make-up sessies zit te doen kan ik nog zo verveeld in de buurt van haar exotisch ruikende standje rondhangen: een ongeschminkt iemand aanspreken wil ze niet. Zelfs niet voor een demo van een half gezicht. En workshops en cursussen galore in Gent, maar make-up voor beginners? No such thing.
Ik ga nu dus al die andere wijvenweekposts van de dag lezen, in de hoop dat ik daar iets kan bijleren. Excuse me.